Nasaliteitsstoornis
Men spreekt van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (klank) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus. Tijdens het spreken moeten de meeste klanken door de mond worden gevormd. Het zachte gehemelte wordt hierbij opgetrokken. Hierdoor wordt de mondholte aan de achterzijde afgesloten, zodat er geen lucht door de neus ontsnapt. Slechts bij drie spraakklanken, de /m/, /n/ en /ng/ , is er geen afsluiting nodig, zodat deze klanken door de neus klinken.
Nasaliteitsstoornissen zijn er in drie soorten te onderscheiden. Allereerst is er de open neusspraak. Tijdens het spreken ontsnapt te veel lucht via de neus bij de klanken die door de mond gevormd worden. De oorzaak van open neusspraak kan een aangeboren lip-, kaak- en of gehemeltespleet zijn. Andere oorzaken zijn een aangeboren te kort gehemelte, verlamming van de spieren van het zachte gehemelte (na een hersenbloeding bijvoorbeeld) of verminderde spierkracht in het gehemelte ( zoals bij Multiple Sclerose en de ziekte van Parkinson. Soms is gewoontevorming de oorzaak van de gestoorde nasaliteit, zoals kan gebeuren na verwijdering van de neusamandel. Vervolgens is er de gesloten neusspraak: de spraak klinkt verstopt. De oorzaak kan een scheef neustussenschot zijn , maar ook één of meerdere neuspoliepen, een vergrote neusamandel of gezwollen neusslijmvliezen. Tenslotte kan er een combinatie van beide vormen voorkomen: de gemengde neusspraak.
Ik wil meer informatieAFSPRAAK MAKENWaarmee kunnen wij u helpen?
Doelgroepen
Heeft u vragen?
Of is er iets niet helemaal duidelijk?
Neem dan gerust contact met ons op!
We helpen u uiteraard graag!